Ludwig | Het begin van Ludwig
4495
single,single-post,postid-4495,single-format-standard,

Het begin van Ludwig

Posted by Ludwig in Archief

LUDWIG presenteert zich met meesterwerken uit de 20ste-eeuwse kamermuziekliteratuur

op zondag 30 september 2012, Muziekcentrum van de Omroep, Hilversum

  • Ludwig
  • Ingrid Geerlings, Arjan Woudenberg,
    Hajime Konoye, Laurens Otto, Aisling Casey,
    Julija Hartig, Mariska Godwaldt,
    Annemijn den Herder, Crit Groenegracht,
    Wilmar de Visser, Ellen Versney,
    Paul Jussen
  • Brian Ferneyhough
  • Cassandra’s Dream Song (1971) voor fluitsolo
  • Béla Bartók
  • Duo’s voor twee violen:
  • Chant de Noces (1931)
  • Chanson à Danser (1931)
  • Luciano Berio
  • Ommaggio à Aldo Bennici (±1982)
  • Giacinto Scelsi
  • Okanagon (1968) voor tamtam, harp en contrabas
  • Claude Debussy
  • Stijkkwartet in G (1893)
  • György Ligeti
  • Zes Bagatellen voor Blaaskwintet” (1953)

in beeld

  • Impressie van het concert op Flickr

VIJF STRIJKERS, VIJF BLAZERS, HARP EN SLAGWERK

Cassandra’s Dream Song

We bijten het spits af met een stevige binnenkomer: “Cassandra’s Dream Song” van Brian Ferneyhough vindt zijn inspiratie in de Griekse Mythologie en verbeeldt het conflict tussen Apollo en Cassandra. Apollo aanbad Cassandra, en beloofde haar de gave van helderziendheid, als zij zijn liefde zou beantwoorden. Cassandra gaf toe maar hield, zodra Apollo de gave aan haar had overgedragen, haar woord niet en wees Apollo af. Kort daarna verscheen Apollo in een droom aan Cassandra:
“I saw Apollo bathed in radiant light… The sun god with his lyre, his blue although cruel eyes, his bronzed skin, Apollo, the god of the seers, who knew what I ardently desired: the gift of prophecy, and conferred it on me with a casual gesture which I did not dare to feel was disappointing; whereupon he approached me as a man. I believed it was only due to my awful terror that he transformed himself into a wolf surrounded by mice and spat furiously into my mouth when he was unable to overpower me.” (Christa Wolf “Cassandra”). Pas later leert Cassandra de betekenis van haar droom: Als Apollo in je mond spuugt, geeft hij je de gave van het voorspellen van de toekomst – maar niemand gelooft je.
Ferneyhough staat bekend als een componist die buitengewoon complexe en technisch veeleisende stukken schrijft – een kolfje naar de hand van RKF fluitiste en mede-oprichter van Ludwig, Ingrid Geerlings. Gevraagd naar haar favoriete stuk voor fluitsolo, was haar antwoord onmiddelijk: Cassandra’s Dream Song!

Duo’s voor twee violen

Van eenzame fluit naar duo’s voor twee violen: Dansen en Liederen vol weemoed en volksmuziek. Zowel Béla Bartók als Luciano Berio vonden inspiratie in de volksmuziek van hun respectievelijk vaderlanden : “Chant de Noces” (Huwelijkszang), “Chanson à Danser” (Danslied) van Béla Bartók, en een kleine maar hartverscheurende hommage van Berio aan zijn oude vriend en violist Aldo Bennici.

Okanagon voor tamtam, harp en contrabas

“Okanagon” van Giacinto Scelsi (voor een wonderlijk trio van contrabas, harp en tamtam) is in de woorden van de componist, ” like a rite, or if you will, like grasping the heartbeat of the Earth”. De Italiaanse componist Giacinto Scelsi hulde zich zijn hele leven in stilzwijgen en was nauwelijks in het openbaar te zien. Van aristocratische komaf en volledig autodidact, ontwikkelde hij een volkomen eigen componeertaal, waarin hij steeds dieper doordrong in de essentie van klank. Voor Scelsi kon het hele muzikale universum binnen één enkele toon bestaan, en hij besteedde eindeloze uren met het bij herhaling aanslaan van enkele pianotonen, om het gehele spectrum van onder- en boventonen te kunnen waarnemen. Ook hij was gefascineerd door traditionele muziek uit verre landen, en Okanagon laat zich beluisteren als een soort wonderlijke rituele processie.
In de partituur staat de aanwijzing dat Okanagon het liefst onzichtbaar voor het publiek, achter een scherm of doek, moet worden gespeeld, om het publiek de gelegenheid te bieden zich volledig op de klanken te kunnen concentreren. Uiteraard kunnen we deze aanwijzing niet in de wind slaan – van de geweldige visuele prikkels van de aanblik van Wilmar de Visser, Ellen Versney en Paul Jussen zult u dus verschoond blijven.

Strijkkwartet in G

Claude Debussy’s Strijkkwartet in G uit 1893 is ongetwijfeld een van de meesterwerken uit de kamermuziekliteratuur. Debussy experimenteerde met nieuwe vormen en klanken en opende met zijn vooruitstrevende componeerstijl vele deuren voor latere generaties. Ook bij Debussy speelde volksmuziek een belangrijke rol. Hij reisde veel en hij wist alle invloeden om te zetten in geheel nieuwe expressiemogelijkheden en klankkleuren. Op de jonge Béla Bartók had het kwartet grote invloed: de kleurenrijkdom, de dansende rythmiek in het tweede deel en de onspreekbare melancholie die in het derde deel heerst, moeten voor Bartok een inspirerende ervaring zijn geweest.

Zes Bagatellen voor Blaaskwintet

Ook de muziek van de in Transsylvanie geboren György Ligeti is doorspekt met elementen uit de volksmuziek van zijn geboorteland, en voor de jonge Ligeti was, op zijn beurt, Béla Bartók een grote inspirator. De “Zes Bagatellen voor Blaaskwintet” (1953) zijn wonderen van eenvoud en virtuositeit, en vliegen in rap tempo aan de luisteraar voorbij. (PW 2012)



30 sep 2012 geen reacties

Post a comment

Deel dit concert










Submit